terug naar overzicht

Kennisconflicten in milieueffectrapportage voorkomen met gezamenlijk feitenonderzoek

De betrouwbaarheid van m.e.r.-onderzoek staat regelmatig ter discussie. Vooral bij plannen en projecten waarin de belangen en opvattingen sterk uiteenlopen. Zijn kennisconflicten in milieueffectrapportage te voorkomen met gezamenlijk feitenonderzoek? In een werksessie tijdens de IenW m.e.r.-dag zijn de kansen voor milieueffectrapportage verkend. Ik zet de belangrijkste conclusies op een rij.

Gezamenlijk feitenonderzoek (Joint Fact Finding)brengt de systeemwereld en leefwereld dichter bij elkaar, is de ervaring van Erik Jan van der Meer (RVO). Voor milieueffectrapportage liggen daar vooral kansen. Je zou kunnen stellen dat milieueffectrapportage teveel onderdeel is geworden van de systeemwerelden minder goed aansluit bij de leefwereld van bewoners, ondernemers, initiatiefnemers en bevoegd gezag.
Een mogelijke belemmering voor m.e.r. is de benodigde (doorloop)tijd en het beschikbare budget. In veel (plan-)m.e.r.-projecten zijn tijd en geld schaars. Volgens Mariëlle de Sain (Pondera Consult) is het niet per se nodig voor alle m.e.r.-thema’s een gezamenlijk feitenonderzoek te starten. Inventariseer vooraf de belangrijkste kennisissues en onderzoek hiervoor de feiten. Voorbeelden van m.e.r.-thema’s zijn geluid, biodiversiteit en klimaat.

Gezamenlijk feitenonderzoek is een vorm van participatie. In gebiedsontwikkeling wordt het toegepast voor het gezamenlijk uitvoeren van een gebiedsanalyse. Voor m.e.r. is die aanpak toe te passen voor het beschrijven van de huidige situatie en autonome ontwikkeling van het milieu. Veelal is dit een bureau-exercitie. Het beschrijven van de referentiesituatie is nodig voor het beoordelen van de milieueffecten van het voorkeursalternatief. Door gebiedsfactoren bij die analyse te betrekken, ontstaat een completer inzicht in de referentiesituatie. Daarmee zijn ook kennisconflicten te voorkomen.
Een verplichte verantwoording over leemten in kennis vindt doorgaans plaats aan het einde van het m.e.r.-proces. Bepaalde data blijken achteraf niet beschikbaar of gebruikte modellen zijn minder nauwkeurig. Draai het om en onderzoek aan de voorkant of er mogelijk kennisleemten zijn en organiseer hiervoor een gezamenlijk feitenonderzoek.

Gezamenlijk feitenonderzoek inzetten in m.e.r. kan bij initiatiefnemers en bestuurders weerstand oproepen. Noem het anders, bijvoorbeeld een gezamenlijke gebiedsverkenning of een inventarisatie van beschikbare kennis en data om te komen tot een adequate effectbeoordeling.Niemand kan daar bezwaar tegen hebben. Als een initiatiefnemer verplicht is tot een m.e.r.-procedure, doe het dan meteen goed!

Peter van de Laak
11 november 2019