MER-praktijk almaar complexer (2)
De MER-praktijk heeft in toenemende mate te maken met polarisatie. Normstelling en betrouwbaarheid van toegepaste rekenmodellen staan ter discussie. Voor de MER-professional speelt de vraag hoe een positie in te nemen in gepolariseerde situaties. Kiezen voor een onafhankelijke neutrale rol kan uiteindelijk tegen je werken.

Wat is polarisatie?
Bart Brandsma heeft een denkkader ontwikkeld over polarisatie. Polarisatie is wij-zij denken. De overheid die de energietransitie verder wil brengen staat tegenover bewoners die zich zorgen maken over hun gezondheid. Natuurorganisaties staan tegenover boeren in de stikstofaanpak. Polarisatie wordt aangewakkerd door partijen die brandstof leveren. Brandstof in de vorm van verdachtmakingen, onjuiste niet onderbouwde beweringen en zelfs het schofferen van tegenstanders. Zo heb ik in Groningen meegemaakt hoe voorstanders van windenergie het predicaat ‘groene kerk’ of erger ‘groene vlek’ krijgen. Emoties kunnen hoog oplopen, de onderbuik regeert.
Windturbines op land
Windturbines op land leiden tot zorgen over gezondheid en aantasting van landschappelijke waarden. Met een geluidmodel wordt de mate van ernstige hinder en verstoring van de nachtrust berekend. Denken dat hiermee een wetenschappelijk onafhankelijk oordeel is te geven over geluidhinder en gezondheid, is olie op het vuur gooien. Ik heb dat meegemaakt toen een MER-bureau het voldoende vond om alleen de jaargemiddelde geluidbelasting (Lden) als criterium en meetlat te hanteren. Bewoners willen een strengere norm voor geluid in de nachtperiode (Lnight) en/of een minimale afstandsnorm. Want geluidhinder in de nacht leidt tot aantasting van gezondheid, zoals in Groningen waar windturbines onverklaarbare hinder veroorzaken door laagfrequent geluid. Strengere geluids- en afstandsnormen verminderen de energieopbrengst. Daar heb je een dilemma waarvoor in een participatief proces naar een oplossing kan worden gezocht.
Stikstof
Natuurgebieden gaan achteruit door overbelasting met stikstof. Maar boeren betwisten dat, want behalve stikstof hebben klimaatverandering en slechte waterkwaliteit ook negatieve effecten voor de natuur. Boeren vinden dat ze worden benadeeld, omdat emissies van weg- en vliegverkeer en industrie minder streng worden aangepakt. De minister van landbouw en boerenorganisaties willen een minder strenge stikstofnorm en een emissienorm per agrarisch bedrijf. Volgens natuurorganisaties kan dat alleen als er tegelijk generieke maatregelen worden genomen om de achtergrondbelasting fors te verlagen. Ook dit dilemma vraagt om een maatwerkaanpak.
In gepolariseerde situaties is het vaststellen van een acceptabel beoordelingskader een nog grotere uitdaging voor MER dan deze nu al is. MER-professionals zullen zich hiervan bewust moeten zijn. Het MER dat informatie aandraagt voor bestuurders die afwegingen moeten maken is te complex. Milieueffectrapportage zou meer dan nu moeten focussen op het meedenken over en aandragen van oplossingen voor actuele dilemma’s.