Omgevingswet en stapelen van MER

Terugdringen van de onderzoekslasten bij plannen en projecten voor de fysieke leefomgeving is één van de doelen van de Omgevingswet. Voorkomen van stapeling van MER is een manier om dat te bereiken, aldus de Memorie van Toelichting. Dit uitgangspunt verdient nader onderzoek en discussie. Want is stapeling van MER wel een veelvoorkomend hardnekkig probleem?

Stapeling van MER is een typisch Nederlands fenomeen vanwege de Europese richtlijn voor plannen en programma’s. Wanneer een plan kaderstellend is voor toekomstige m.e.r.-plichtige activiteiten is er niet alleen een plan-MER nodig, maar ook een project-MER. Een voorbeeld is een inpassingsplan voor een windpark. Waar dat kan wordt stapelen van MER vaak al voorkomen door plan- en project-MER te combineren in één procedure. Het uitvoeren van opeenvolgende MER-onderzoeken is echter niet altijd te vermijden.

MER-light als optie?

Is een MER-light een optie voor een omgevingsvisie door alleen te toetsen op doelstellingen als klimaat, gezondheid en biodiversiteit? Gemeenten kunnen de m.e.r.-plicht omzeilen door de omgevingsvisie globaal te houden en kaderstellende besluiten vermijden die leiden tot belangrijke gevolgen voor het milieu. Dat gebeurt nu soms ook al bij het opstellen van een structuurvisie. Aan het omzeilen of doorschuiven van de m.e.r.-plicht zit wel een keerzijde: wordt hiermee niet het kind met het badwater weggegooid? Het MER kan immers ook de informatie en onderbouwing leveren voor de kansen voor duurzame ontwikkeling.

MER voor omgevingsvisie én omgevingsplan

Wat kan het combineren van het MER voor omgevingsvisie en omgevingsplan opleveren? Door omgevingsvisie en omgevingsplan in onderlinge samenhang op te stellen, kan zowel flexibiliteit als rechtszekerheid worden geboden. Het MER kan dan de informatie leveren voor de bestuurlijke afwegingsruimte in de omgevingsvisie en de juridische vertaling daarvan in het omgevingsplan. Uitstellen van het MER voor het omgevingsplan tot het moment dat zich een m.e.r.-plichtig initiatief aandient, wordt met name door bevoegde gezagen als mogelijkheid geopperd. De vraag is of dit echt bijdraagt aan een samenhangende integrale benadering, een andere doelstelling van de Omgevingswet.

Aan deze andere manieren van omgaan met milieueffectrapportage bij omgevingsvisie en omgevingsplan kleven mogelijk praktische, juridische of bestuurlijke bezwaren. Om antwoorden daarop boven tafel te krijgen organiseren de VVM en ROmagazine in juni een bijeenkomst waar diverse experts hun visie geven op het slimmer omgaan met de m.e.r.-plicht onder de Omgevingswet.

Peter van de Laak
www.jsconsultancy.nl
Maart 2017