terug naar overzicht

Stikstofcrisis en het belang van gezamenlijk feitenonderzoek

Het hing in de lucht, de experts die ik ken wisten het zo goed als zeker. Het Programma Aanpak Stikstof zou in de prullenbak verdwijnen. Na het besluit van de Raad van State zie ik ineens provinciale bestuurders daadkrachtig optreden en beslissingen nemen waarop ze al snel moeten terugkomen. Achteraf kan je alleen maar concluderen dat kostbare tijd verloren is gegaan.

De voorstellen van de Commissie Remkes om gebiedsgericht maatregelen te nemen nabij Natura 2000-gebieden zijn niet nieuw. Die zijn al eerder geopperd vóór inwerkingtreding van de PAS. De landbouwlobby is er toen voor gaan liggen, want met de PAS konden agrarische bedrijven blijven uitbreiden. In 2015 zijn toen ook op grote schaal vergunningen verstrekt voor staluitbreidingen. Het alternatief van gebiedsgericht salderen betekende de instelling van een emissieplafond. We doen dat ook op locaties waar teveel geluid is en bij hoge externe veiligheidsrisico’s.

De boeren zijn boos. Terecht wijzen ze naar andere producenten van stikstof die ook een aandeel hebben, zoals de lucht- en scheepvaart en industrie. In De Groene Amsterdammer verscheen onlangs een staatje met de vijftien grootste ammoniakuitstoters van Nederland. Op die lijst staan twee intensieve veehouderijen. Volgens de Groene blijft een voor de hand liggende maatregel buiten beeld. Minder kunstmest produceren en gebruiken.

De boeren wantrouwen het rekenmodelvan het RIVM. Hebben de boeren gelijk? Niet de goede vraag. Hoe komt het dat de boeren het RIVM en experts wantrouwen? Heel eenvoudig. Op basis van de Aerius-rekentool van het RIVM zijn vanaf 2015 veel te veel vergunningen afgegeven, zonder uitvoering van meetcontroles of er wel voldoende depositieruimte was. De boeren zijn in het ootje genomen.

Al met al wordt het tijd om per regio in gezamenlijkheid de feiten vast te stellen. Welke bronnen hebben welk aandeel in de stikstofdepositie op nabije Natura 2000-gebieden? Wat zijn de meest effectieve maatregelen en hoe gaan we die financieren? Gezamenlijk feitenonderzoek (joint fact finding) is geen nieuw fenomeen. In politiek gevoelige gebiedsontwikkelingen passen we dit al jaren toe met als belangrijke voordelen: bouwen aan vertrouwen, hanteren van emoties, betere kwaliteit van onderzoek, betere oplossingen. De politiek moet dan wel durven loslaten. Past helemaal in het werken in de geest van de Omgevingswet.

Peter van de Laak
28 oktober 2019