terug naar overzicht

Welvaart in Nederland verkeert in onbalans

Het CBS heeft een eerste Monitor Brede Welvaart uitgebracht. Het is goed dat het CBS op een rij heeft gezet waar de politiek meer aandacht aan zou moeten besteden! De welvaart in Nederland komt vooral toe aan de hoger en beter opgeleiden en het milieu, de natuur en niet-westerse landen moeten de prijs daarvoor betalen. Helaas is dit een wereldwijd fenomeen. Waar moeten we ons in Nederland zorgen over maken?

Om te beginnen over onze natuur en biodiversiteit. Nederland heeft verhoudingsgewijs weinig beschermd natuurgebied en die bescherming laat ook nog eens te wensen over. De oorzaken zijn bekend. Er is een veel te grote veestapel en daardoor teveel mest en stikstofdepositie. De transitie naar een duurzame landbouw wil maar niet vlotten. Slechts 3% van het landbouwareaal is biologisch. Recent nog is de noodklok geluid voor de bijen, vlinders en insecten. Het is verontrustend dat er nog steeds geen kwantitatieve beleidsdoelstellingen zijn voor de natuur en ecosystemen.

De betaalbaarheid van onze gezondheid en zorg is een goede tweede. Ook hiervoor ontbreken gekwantificeerde beleidsdoelstellingen. Hoewel Nederland beschikt over een eerste klas gezondheidszorg zijn we internationaal maar een middenmoter wat betreft gezonde levensverwachting. Vooral de vrouwen doen het minder: 22e plaats in Europa. Overgewicht (niet alleen van vrouwen) en roken worden als probleem genoemd, maar er zijn uiteraard meer ziek- en doodmakers. Bijna een kwart van de mensen heeft te maken met geluidshinder en slechte luchtkwaliteit is niet alleen een issue voor het stedelijk gebied. Er moet veel meer worden geïnvesteerd in preventie en positieve incentives voor gezond gedrag.

In economisch opzicht doet Nederland het heel goed. Het is daarbij goed om te realiseren dat er van regio tot regio grote verschillen zijn en dat we nog veel geld verdienen aan traditionele op bulkproductie georiënteerde sectoren. Een groot deel van de landbouwproductie is bulk, o.a. melk en vlees. Daarnaast zijn er andere inkomstenbronnen die in economische waarde afnemen, zoals het aardgas, de petrochemie, olie- en kolenoverslag, elektriciteitsproductie. Er is nog een behoorlijke inhaalslag nodig op het gebied van energie en klimaat.

Bovendien, om een echt goed en compleet beeld te krijgen van onze internationale concurrentiepositie is informatie nodig over de prestaties van Nederlandse regio’s. De internationale concurrentie vindt namelijk steeds meer plaats tussen regio’s in Europa en wereldwijd. Dan tellen ook andere factoren mee voor het economisch vestigingsklimaat, zoals de kwaliteit van woningen en woonomgeving, cultuur-, onderwijs- en R+D-voorzieningen, kwaliteit van de beroepsbevolking, natuur en landschap en niet te vergeten de infrastructuur voor duurzame energie en mobiliteit.

Peter van de Laak
21 mei 2018